Historie van de Oldijk - Ezinge

Voorwoord Oldijk nummer 7 - "De Kinkhoorn"

Oldijk 7 is zeer waarschijnlijk altijd een arbeidershuisje geweest. Ik ga er van uit dat het al in de 18de eeuw bestond. Het is vrijwel onmogelijk vast te stellen, wanneer het oorspronkelijk is gebouwd. Via de in 1811 ingevoerde geboorte- en overlijdensregisters vind ik in ieder geval al in 1813 de eerste bewoners. Tot begin 19de eeuw hoorde het bij Zuiderweg 6, maar ik sluit niet uit, dat Oldijk 7 net als Zuiderweg 11 ooit tot Zuiderweg 5, de Aduarderheerd, heeft behoord.

Nadat het in 1830 door Tiemen Bartelds Hoolsema van Oldijk 5 werd gekocht van Zuiderweg 6 bleef Oldijk 7 na het overlijden van Tiemen zijn vrouw via zijn erfdeel in 1850 in zijn bezit (zie Oldijk 5 episode 14 maart 1816 - 10 februari 1859 Tijmen Bartels Hoolsema en Aaltje Duurts Diepenga). Oldijk 7 was toen 0.07.30ha met een beklemming van 2,50 gulden.
Het huis werd in ieder geval vanaf dat moment (1850) steeds door twee gezinnen bewoond. Uiteindelijk is het eigendom van Oldijk 7 overgegaan naar Oldijk 10 (Suttum), vermoedelijk rond 1876. In dat jaar werd in Oldijk 7 Aaltje Knoop geboren (24 april 1876), dochter van dagloner Ekke Knoop en Roelina Schripsema (zie nog aan te maken episode van dit echtpaar). Getuige op deze geboorteakte is dan voor het eerst “iemand” van Oldijk 10, namelijk Homme Ritzema. Tweede getuige is trouwens Hendrik van der Werf van Oldijk 12. Het zou kunnen zijn, dat toen de tweede generatie van de familie Folkerts in 1872 op Oldijk 5, de regie overnam Oldijk 7 is afgestoten.


Platte grond van oldijk nummer 7 rond 1934

In 1934 was de oldijk nummer 7 in eigendom van de Suttumaheert - zie ook foto hierboven. Er woonden toen twee gezinnen: Jelle Tjepkema met zijn vrouw en 4 kinderen (3 meisjes van 12, 9 en 5 jaar en een zoon van 3 jaar. In het andere gedeelte woonde Sjabbe Drijfhout met zijn vrouw en 5 kinderen (2 meisjes an 8 en 1 jaar en 3 zonen van 7, 5 en 3 jaar. Totaal dus 4 volwassenen en 9 kinderen . Ze betaalden ieder 45 gulden huur per maand. De beide woningen hadden buiten een gezamenlijk toilet die door beide gezinnen gebruikt werd.

Toen in 1936 woningonderzoek werd gedaan in Oldijk 7 door de gemeente bleek al, dat de beide woongedeelten (toen Oldijk 7 en 9 genoemd) op heel wat punten in slechte staat verkeerden.

Tot 1953 woonde er een familie Tjabringa met 7 kinderen; Heike (....), Alice (1951), ..... Hun Vader werkte destijds bij Klaas Ritzema. Rond diezelfde periode woonde er ook een familie Marinus met drie kinderen; Mark, Dirk en Bram.

In 1953 stond Oldijk 7 op de gemeentelijke lijst van slechte woningen. Op dezelfde lijst stonden trouwens ook Oldijk 3, ’t Veloatje en het arbeidershuis wat vooraan de ree van Zuiderweg 4 (eigendom Zuiderweg 5) heeft gestaan.

In 1959 werd Oldijk 7, tezamen met Oldijk 3 en het genoemde arbeidershuis bij Zuiderweg 4 voorgedragen voor het etiket “onbewoonbaar”.
In 1961 werden de woningen in Ezinge geklassificeerd naar bewoonbaarheid. Oldijk 7 werd ingedeeld in klasse I, of te wel “onbewoonbaar te verklaren woning, waarbij de ontruimingstermijn niet voor verlenging vatbaar is”. Oldijk 3 werd trouwens in klasse II ingedeeld, wel onbewoonbaar, maar vatbaar voor verlenging ontruimingstermijn. ’t Veloatje stond daar niet meer bij, dat was in 1955 volledig opgeknapt (zie ’t Veloatje, episode 1955 – juli 1962 Lambertus Oosterhoff en Detty Boersema).
In 1955 verliet Germ Ipema Oldijk 7 en ging wonen in het oude arbeidershuisje bij de ree van Zuiderweg 4. Nu werd Oldijk 7 nog maar door één gezin bewoond.

Het laatste arbeidersgezin dat Oldijk 7 verliet was dat van Sijtze Marinus, dat was op 31 januari 1962.

Omdat het kennelijk toen al de bedoeling was er een recreatiewoning van te maken kreeg de gemeente geen krotopruimingstoeslag:


xfragment uit brief Centrale Directie Volkshuisvesting van 15 februari 1962

Nadat professor Perdok Oldijk 7 had gekocht kreeg hij op 20 juli 1962 een bouwvergunning om het op te gaan knappen. Deze schets was daar bij gevoegd:


schets Oldijk 7 bij bouwvergunning in 1962

In 1963 is Oldijk 7 (en Oldijk 3) van de lijst slechte woningen af met de aantekening dat het “recreatieruimte” is geworden.

Van 1962 tot 2006 was de oldijk nr 7 eigendom van de professor Wiepko Gerhardus Perdok (1914-2005) en Jantina Engelbarts (1918-2002). Zij hadden drie kinderen, Diederik, Marike en Johan en werd vooral als vakantiehuis voor het gezin en familie gebruikt.

Hierna ging de Kinkhoorn over in eigendom naar A. de Boer die het pand weer als woning zou willen gaan betrekken. Renovatie was geen optie voor dit pand. In 2009 werd door de gemeente Winsum een vergunning verleend voor de sloop van het oude pand en bouw van een nieuwe woning op dezelfde plek.

Het dagboek van Marike Perdok

Ik had Oldijk 7 nog niet verder uitgezocht, maar via www.oldijk.nl nam Marike Perdok contact met me op. Zij is een dochter van Wiepko en Tine Perdok, welke familie Oldijk 7 in de periode 1962-2006 in bezit heeft gehad.
Zij had een prachtig dagboek bijgehouden in die periode en dat is te mooi om te wachten tot Oldijk 7 “aan de beurt” is. Ze werkte het dagboek uit en voegde foto’s er aan toe.
Daarom volgt hieronder alvast de episode 1962-2006 van Oldijk 7, met dank aan Marike Perdok!

Verhalen van Geert Venhuizen

Geert Venhuizen (geboren 1909) heeft als jongetje van 6 tot 12 jaar op Oldijk 7 gewoond. Hij keerde terug in 1928 als onderwijs assistent en later als leerkracht aan de school waar hij als kind op zat. In 1968 schreef Geert Venhuizen tachtig korte verhalen over zijn herinneringen aan zijn jeugd waarvan een deel ook over de tijd waarin hij op Oldijk 7 woonde. Deze verhalen geven een heel mooi beeld van het leven op de Oldijk rond de eerste wereld oorlog door de ogen van een kind.

De bewoning

Oude foto's

Met dank aan Marike Perdok. De Kinkhoorn (Oldijk 7), begin vorige eeuw. Het huis werd toen door 2 gezinnen bewoond. Het ene gezin had 6 kinderen, het andere 8. Er was nog geen elektriciteit en gas. Slapen deed je in het stro op zolder. Moeder Tjabringa staat op de foto.

1985

1995

2005